Welke fotograaf is niet op zoek naar het perfecte plaatje? Voor mij de reden om mij in het najaar van 2018 aan te sluiten bij FCO en mij in de kunst van het fotograferen te verdiepen. Al snel kwam ik erachter dat fotograferen een echte hobby is. Dat wil zeggen dat je er ongemerkt veel tijd in kwijt kunt maar dat je daar ook voldoening uit kun halen. In de tijd dat ik nu bij de club ben is mij ook opgevallen dat mensen op verschillende veelal verrassende wijze naar je werkt kijken en het discutabel is over wat mooi is.
Zoals u van Fotoclub Oldenzaal gewend bent, zou omstreeks deze tijd de jaarlijkse expositie van foto’s gemaakt door onze leden in de Bibliotheek van Oldenzaal te zien zijn. Helaas is het niet mogelijk die expositie dit jaar i.v.m. het Corona-virus te presenteren.
Ik heb geëxperimenteerd met de glazen bol. Vanwege het coronavirus, is het fotograferen om het huis geworden. Het was vooral lastig om het scherp te krijgen in de glazen bol. Daarom het diafragmagetal niet te klein. Om toch te kunnen werken met scherpte diepte heb ik het voorwerp op een wat grotere afstand van de achtergrond geplaatst bij één foto. Ik geef de camera door aan Frans Jonkman
Hierbij drie foto’s in duotone. Dus geen zwart-wit maar met een tintje. Ik werk in Affinity en dat bevalt me steeds beter. Het programma is wel een stuk langzamer dan Photoshop Elements 13 waar ik nog wel eens wat mee doe als ik er in Affinity niet uit kom. Ik denk dat ik mijn laptop maar een update laat geven zodat die wat sneller wordt, misschien helpt dat.
Heel toevallig kwam ik op een fotodag rond het jaar 2000 in een workshop Esthetische Naaktfotografie terecht. Ik vond dit meteen een hele mooie vorm van fotografie. Niet zo zeer om het erotische aspect, dat is een vergissing die veel buitenstaanders maken, maar doordat het een tijdloze schoonheid van het menselijk lichaam weergeeft.
Er staat een rode Fiat 500 in een zwart wit omgeving op. Ik dacht meteen, dat kan ik ook wel maken en wist dat ik nog mooie foto’s, gemaakt in de Franse Dordogne, hiervoor kon gebruiken.
Aldus Gert-Jan Kamphuis die hierbij aftrapt met “Ik geef de camera aan …”